Uit "DE mening" in DS Avond

Maandagochtend, 08.45 uur. Boven me hoor ik een tiener briesen, vloeken en met onbestemde objecten gooien. Ik durf niet te gaan vragen wat er scheelt, maar heb een vermoeden, dat even later op Twitter wordt bevestigd. Smartschool is overbevraagd. Het is van een belachelijke voorspelbaarheid. De ¬collectieve ‘afkoelingsweek’ gaat van start met een oververhitte tiener.
De tiener doet al bijna een jaar wat moet, en heeft zich intussen geschikt in het afstandsonderwijs. Dat men er niet beter op vond dan het zo te organiseren dat hij vanaf vandaag drie volle weken thuis zit, begrijpt hij niet, maar hij berust¬.
Terwijl hij boven mijn hoofd zijn frustratie kanaliseert in een eindeloze reeks ‘wtf’s’ en een waaier aan tienerkrachttermen, bedenk ik dat hij geluk heeft. Geluk dat zijn moeder thuis werkt en zo meteen zal vragen of het lukt, en of ze kan helpen. Geluk dat hij een kamer heeft, waar het warm, rustig en ruim genoeg is om les te volgen, waar hij niet wordt gestoord of afgeleid door jengelende broertjes of zusjes, huiselijke discussies of gekletter met potten en pannen. Geluk dat hij een degelijke laptop heeft. Geluk dat we onbeperkte wifi hebben. Geluk dat zijn moeder sinds kort een printer heeft staan en oefenbundels en opdrachten voor hem kan printen ¬wanneer dat gevraagd wordt. Geluk dat hij loopschoenen heeft voor het obli¬gate rondje lopen voor de lessen L.O. Geluk dat hij een smartphone heeft om zijn looprondjes te registreren en door te sturen naar de leraar, zoals vereist. Geluk¬ dat zijn moeder een abonnement heeft op kranten en tijdschriften, zodat hij verschillende lettertypes en krantenkoppen kan uitknippen voor het vak lay-out. Geluk dat zijn moeder weet hoe je Franse werkwoorden vervoegt in de passé composé. Geluk dat zij de auto¬nomie heeft om haar werktijd zo te orga¬niseren dat ze tijd voor hem kan maken.
Terwijl ik koffie bijtank, lees ik een geërgerde tweet van iemand wiens kind tegen 10.30 uur een filmpje moet op¬nemen van een ingestudeerd dansje ‘samen¬ met familieleden’. Het zou grappig¬ kunnen zijn, maar het is hemel¬tergend.
Ik weet dat het voor leerkrachten uitdagende tijden zijn, en dat velen van hen hemel en aarde bewegen om al hun leerlingen mee te krijgen. Ik zou niet in hun schoenen willen staan. Maar nog minder graag wil ik in de schoenen staan van de kinderen die thuis niet voorhanden hebben wat nodig is en wat in te veel scholen vanzelfsprekend wordt gevonden.
Goed afstandsonderwijs veronderstelt dat scholen en leerkrachten weten en begrijpen hoe hun leerlingen leven, en dat ze het onderwijs aanpassen aan die omstandigheden. Niet andersom. 

Bieke Purnelle

Bieke Purnelle is freelanceschrijver. Deze week schrijft ze 'De mening' in DS Avond.

Foto galerij