2 september 2019

 

Eveline Meylemans ( studeert sociaal werk en sociale pedagogiek aan de Universiteit Gent. Ze is jongerenadviseur bij de Vlaamse Jeugdraad. Voor haar columns put ze ook uit haar ervaringen met de jeugdhulp.)

Madame

“Bonjour les élevès.” Een frivole en veel te vrolijke vrouw kwam de klas binnengewaaid. Het is 1 september. We schrijven enkele schoolbanken terug in de tijd. De eerste dag in het vijfde middelbaar.
Ik herinner me ‘madame’ nog levendig. Ze wekte de illusie dat Frans en enthousiasme synoniemen waren. En ze had verwachtingen voor ‘vocabulaire’ die nog hoger leken dan haar beige naaldhakken.
Madame deed het leven zo simpel lijken. Alsof alles vanzelf in orde komt. Dat bracht me tot rust. Tegelijk kon ik het niet uitstaan. Pas later bedacht ik dat je je zo misschien wel moest voelen in het vijfde middelbaar – alsof alles wel vanzelf in orde komt.
Tijdens de eerste les liet madame ons een boodschappenlijstje maken: een geel mapje, een geel atomaschrift en stylo’s en stiften in drie kleuren. Ze zei dat ze iedere klas een andere kleur gaf – dat was ordelijker in haar administratie. Na het weekend moest dat in orde zijn. Zo simpel was dat.

Schrik voor de volgende les

In het weekend ging ik boodschappen doen. Voor het eerst helemaal alleen. Ik was zeventien en woonde net vijf dagen in mijn eigen studio.
In de Colruyt liep ik bepaald fier rond. Zelfs twee botsingen – die verrekte karretjes had ik toen nog niet onder de knie – brachten me niet van de wijs. Tot ik bij het schoolgerief kwam.
Zeven euro en vijftig cent. Dat was de kostprijs voor het gele schoolgerief. Ik had achttien euro op zak maar daarmee moest ik nog vijf dagen rondkomen. En ik had nog kuisproduct nodig zodat mijn studio er netjes bijlag als mijn begeleidster op bezoek kwam.
Ik deed mijn uiterste best, maar ook na verschillende keren natellen bleef ik maar achttien euro hebben. Na wikken en wegen, wist ik dat de volgende les Frans net iets minder aangenaam zou zijn.

Iedereen in orde, behalve ik

Maandag lag op één na alle banken hetzelfde gele schoolgerief. Madame vroeg zich luid af hoe het toch kon dat iedereen in orde was, behalve ik. Hoe moeilijk kon het zijn?
Ze viseerde me een uur lang met de moeilijkste vragen en zuchtte luid (leren leerkrachten dat in hun opleiding, luid zuchten?) wanneer ik een fout antwoord gaf. Ik vroeg me af of ze oprecht dacht dat mapjes kopen zo simpel was – en of er dan iets mis was met mij.
Madame leek wel degelijk te denken dat er iets mis met me was. Dat sprak ze soms ook gewoon uit.
Zo was ik wat later niet meer welkom in de les “met die sloefen”. Maar geld voor minder kapotte schoenen had ik pas volgende week. Er zat dus niets anders op dan me ziek te melden voor de volgende lessen Frans. Intussen hoopte ik dat ze met haar beige naaldhakken de wolken waar ze op liep niet lek prikte.

Ik pas niet op school

Op school is geen plaats voor jongeren als ik.
Ik voel het mezelf nog denken. Ik hoor het jongeren vandaag tegen me zeggen: Ik pas daar niet”. Jongeren die opgroeien in een kwetsbare situatie. Jongeren die net dat beetje afwijken van wat de doorsnee schoolregels voor ogen hebben. Die niet de juiste mapjes kunnen kopen. Of die vaak te laat komen omdat ze eerst hun jongere broers en zusje nog moeten afzetten – mama werkt immers in shiften en papa is buiten beeld.
Of jongeren die op hun zeventien alleen wonen en voor brieven nooit tijdig de juiste handtekening te pakken krijgen. Nog een uurtje langer in de studiezaal. Maar wie is verantwoordelijk als je voor jezelf zorgt?

Jong zijn

Tijd voor een nieuw leerplan voor het onderwijs. Hoe kunnen we het onderwijs leren dat jong zijn meerdere realiteiten kent? En dat het belangrijk is dit te erkennen en een plaats te geven? En de jongeren in deze realiteiten niet weg te zetten als stout, ongemotiveerd of onrespectvol?
Alle jongeren hebben recht op een goede opleiding. Ook als ze versleten schoenen dragen. Ook als ze niet in orde zijn met schoolgerief of een handtekening. Ook als ze weeral hun boterhammen zijn vergeten – daar kan zo veel meer achter schuilen.
Ongelijkheid in schoolkansen is een reëel probleem. Bij de Vlaamse Jeugdraad hebben we er een werkgroep rond. Sommige jongeren liggen wakker van school. Het nieuwe schooljaar zorgt voor stress en onzekerheid. We moeten dat serieus nemen.

Excuses

We kunnen excuses verzinnen zoals “Het onderwijs doet al zoveel” of “Dat was zo niet bedoeld”. Zo kunnen we er vast nog tientallen andere bedenken. Maar van excuses koop je helaas geen schoolmapjes. En je voelt je er niet beter door.
“Ik pas niet op school.” Zou de school niet gewoon voor alle kinderen en jongeren moeten passen?
Zijn er niet heel veel kleine zaken die we kunnen doen om de ongelijkheid in het onderwijs weg te werken? Het is hoog tijd dat we in actie schieten. Het kan alvast een agendapunt zijn voor de volgende minister van onderwijs. Hopelijk komt die wel op tijd.